Lotte van Beek

HET TALENT LOTTE VAN BEEK

Ze bestaan nog. Jonge sportmensen, die er alles voor over hebben om de top te bereiken. Ze getroosten zich vaak grote opofferingen. Met altijd weer de vraag: Kan ik de grote verwachtingen wel waarmaken? In Proskating 3 van seizoen 2009 - 2010 spraken wij met opkomend schaatstalent Lotte van Beek

 

 

LOTTE VAN BEEK 

“Volgend jaar hoop ik de grote stap naar de senioren te maken”


Ouders zijn in eerste aanleg meestal degenen, die er voor zorgen dat kinderen enthousiast worden voor schaatsen. Dat was zeker het geval bij Lotte van Beek. Haar ouders mochten graag tochten rijden op natuurijs. En, zo redeneerden ze na de geboorte van hun dochter, als we dat willen blijven doen, dan moet Lotte wel mee kunnen. En dus stuurden ze de kleine meid, toen ze een jaar of vijf, zes was, een jaar op schaatsles. “Ik vond schaatsen meteen zó leuk dat ik al spoedig wedstrijdjes ben gaan rijden. Ik was toen zeven jaar. Ik werd direct lid van de Deventer IJsclub. Eigenlijk ging het met mijn ontwikkeling snel en gemakkelijk.’’

Lotte van Beek in aktie op het OKT seizoen 2009/2010Via de C- en B-pupillen kwam ze bij de B2-junioren. Ze ging trainen bij het Gewest Overijssel, waar haar ontwikkeling als schaatstalent zich onverminderd voortzette. Maar de deelname aan haar eerste Nederlands kampioenschap  - in Utrecht – liep uit op een teleurstelling. “Ik werd ziek. Desondanks deed ik mee, werd zelfs nog zevende. Het jaar daarop, in 2008, was ik eerstejaars junior B. Tot mijn stomme verbazing werd ik Nederlands kampioen. ”

Kenners zagen dat zich hier een groot schaatstalent aandiende. Aanvankelijk leek Lotte van Beek een echte lange-afstandschaatsster, een stayer. “Want ik was niet zo fel en snel in de opening. Maar het typische met mij is dat ik dit seizoen ook op de sprint goed mee kan doen. Eigenlijk ben ik dus een optimale allround schaatser.” Een rijdster ook met de nodige ambities. “Maar ik ben nog maar junior. Als je mijn prestaties vergelijkt met die van de senioren, dan kom ik er nog niet aan te pas. Dan wil het nog niet echt lukken. Bij de junioren wel. Daarom wil ik me ook vooral richten op enkele World Cups voor junioren en het wereldkampioenschap junioren in Moskou.”

Tijdens het Aegon Olympisch Kwalificatietoernooi (AKT), eind december in Thialf, zat Lotte van Beek ineens schrikbarend dicht bij het niveau van de senioren. De buitenwereld reageerde meer verbaasd dan de rijdster zelf. “Ik heb de afgelopen zomer goed gedraaid. Veel gefietst, veel gelopen en de nodige krachttraining gedaan. Daar kwam de overstap naar Jong Oranje bij en dan ga je ineens een stuk meer trainen. Elke dag, twee keer op het ijs, dan merk je dat al snel in de resultaten. Ik ben  nu eerstejaars A-junior. Volgend jaar hoop ik de echte grote stap naar de senioren te maken en een aantal World Cup-wedstrijden te schaatsen.”

Hoe groot de progressie in haar prestaties is werd extra onderlijnd tijdens datzelfde AKT. Ze reed maar liefst vier persoonlijke records. “Op de eerste dag ging het tijdens het inrijden voor de 1500 meter niet echt denderend. Mijn verwachtingen waren dan ook niet echt hoog. Ik ging er volle bak in en de opening was super met 25,8. Met een slotronde van 32,0 reed ik een dik persoonlijk record: 1.58,40. Meteen ook een nieuw junioren baanrecord. Daarvoor had ik nog nooit onder de twee minuten gereden. Het oude pr was 2.02,46.”

Op de tweede dag van het AKT verbeterde ze haar pr op de 3000 meter met bijna twee seconden: 4.17,00. Op de eerste 500 meter, tijdens de derde dag, onderstreepte Lotte van Beek nog eens overduidelijk de stralende vorm waarin ze verkeerde. Opnieuw een pr. Voor het eerst klokte ze een tijd onder de 40 seconden: 39,46. Tijdens de slotdag duelleerde ze op de 1000 meter met Annette Gerritsen. “Het ging wel een beetje wild, maar de 1.17,29 was weer een pr. Nummer vier tijdens dit toernooi. En weer een junior baanrecord. Een geslaagd toernooi dus. Maar de grootste verrassing kwam later die avond. Toen werd me verteld dat ik naar het WK sprint in Japan mag. Super gaaf!”

Ofschoon de schaatssport dit jaar haar vrijwel volledig in beslag nam werkt Lotte van Beek ook hard om het diploma vwo 6 te halen. Ze zit daarvoor op het Centrum voor Topsport en Onderwijs CTO in Sportstad Heerenveen. “Ik heb nu de eerste vier vakken gehaald. Volgend jaar moet ik er nog drie halen en dan ben ik klaar. Ik merk wel dat sport en school moeilijk te combineren zijn. Daarom is het zo goed dat ik op het CTO zit. Daarna? Weet ik nog niet. Het liefst schaatsen. Ik heb er wel over nagedacht, maar nog geen beslissing genomen. Ik ben in veel dingen geïnteresseerd. Geschiedenis bijvoorbeeld. Maar ook tekenen en ontwerpen. Dat doet mijn broer ook.”

 
Tijd voor andere dingen als school en schaatsen heeft ze nauwelijks. Ze ervaart dagelijks dat ze veel dingen moet laten om in haar favoriete sport de top te kunnen bereiken. Uitgaan bijvoorbeeld is er niet meer bij. “Maar ik krijg er veel voor terug. Al die reizen, om maar eens wat te noemen. Prachtig vind ik dat. Het is wel zwaar allemaal, maar best te doen. Je zit in een vast dagelijks ritme. En die discipline en orde liggen mij wel. En we hebben een hele leuke groep met zes sterke meiden. Nee, het is hartstikke leuk zo.”

 

Meer zulke artikelen lezen?

Wordt lid van Proskating